Vissersvrouwen, 26 levens één verhaal

De visserij is een exclusieve mannenwereld. Als vrouw word je op een visserschip eerder geweerd dan getolereerd. Het oude spreekwoord ‘geen vrouwen aan boord’ speelt aan onze Vlaamse kust nog steeds. Nochtans kun je niet naast de vele vrouwennamen kijken als je op de kaai langs de schepen loopt. Natacha, Moyra-Lisa, Francine, Amandine… lees je naast het nummer op de boeg. En ook in de tatoeages van vele vissers duiken naast de zeemeermin, de schaars geklede schone, het anker of het zeemansgraf de namen op van vrouwen en ex-vrouwen en liefjes uit vreemde havens. Meer is niet nodig om benieuwd te worden naar de rol die de vissersvrouw speelt in het leven van de visser. De vrouw die wacht aan de wal, de vrouw die angstig luistert naar de storm en popelt tegen dat haar man weer thuiskomt.  


Ann Vandenberghe (c) Wouter Rawoens
Katrien Vervaele ging op zoek naar die vrouwen. Vrouwen die wilden vertellen over hun leven met een visser. Het was niet eenvoudig om hen te vinden. Sommigen waren eerst wat wantrouwig, anderen meenden dat ze niets te vertellen hadden, of ze hadden geen tijd, of ze wilden liever geen verhalen over vroeger vertellen, wilden geen pijnlijke herinneringen oprakelen. Maar stilaan geraakte ze met een paar vissersvrouwen aan de praat en de ene deur opende de andere. Allemaal hadden ze prachtige verhalen in petto. Ze viel van de ene verrassing in de andere, de ene verwondering in de andere. En stilaan veranderde verwondering in bewondering. En in respect.

Het  feit dat Vervaele niet uit het milieu stamde, bleek uiteindelijk eerder een voordeel dan een nadeel, want doordat ze niets van de visserij wist, ging ze zaken bevragen die de mensen uit het vissersmilieu eerder als heel normaal beschouwden, maar voor de buitenwereld eigenlijk vreemd, bevreemdend of op zijn minst verrassend overkomen. 

Hoe meer vrouwen ze interviewde, hoe meer invalshoeken ze ontdekte. Hoe meer vragen ze stelde, hoe meer vragen er in haar opkwamen en hoe meer ze wilde weten. Tien vrouwen… twintig vrouwen… steeds kwamen er nieuwe zaken naar voren.

Vervaele sprak uiteindelijk met 26 vrouwen. Jonge maar ook oudere, zelfs heel oude vrouwen. De jongste een meisje van achttien met grote, wat angstige vragen naar de toekomst, de oudste een vrouw van 92 die met melancholie én plezier terugblikt. Ze sprak met iets zwijgzamer vrouwen en met vrouwen die watervallen van woorden waren. Vrouwen van de Westkust en vrouwen van de Oostkust en die van Oostende. Vrouwen van kustvissers die elke dag uitvaren en weer thuiskomen en vrouwen van mannen die lange reizen maken. Vrouwen van schippers, vrouwen van matrozen, redersvrouwen en vrouwen die vis verkopen op de kaai. En stilaan leerde ze hen beter kennen en begrijpen.
Elke vrouw was een verrassing, elk gesprek bracht nieuwe elementen naar boven. Ze besefte ook als snel dat de ‘de vissersvrouw’ niet bestond. Zoveel diverse persoonlijkheden, niet in een vakje te stoppen, zo verschillend. Doorgaans wel zeer zelfstandige, sterke vrouwen die van aanpakken weten.
Doorheen die verschillen merkte ik toch ook heel wat gelijkenissen, raakpunten en bij het uitschrijven raakten hun verhalen met elkaar verweven, over de generaties heen en stilaan werden die individuele verhalen één universeel verhaal.

Het vele alleen-zijn kwam aan bod en het alleen moeten instaan voor het huis, de financiën, de opvoeding van de kinderen. En dat ze zich telkens weer moeten aanpassen. De man is twee drie weken weg, de vrouwen zijn het gewoon om hun plan te trekken, maar dan is hun man er weer en moeten ze er honderd procent zíjn voor hem. En als ze hem dan een paar dagen, een weekje thuis heeft, te kort om goed te zijn, dan moet hij alweer op zee. Het is niet voor niets dat ze zich ‘accordeonvrouwen’ noemen. Ook geloof en bijgeloof werd besproken, want dat is niet weg te branden uit de visserij.


Evelyne Vanhalme (c) Wouter Rawoens
En over verdrinkingen en schipbreuk, want in elke familie is er wel iemand op zee gebleven. De speciale situatie van de redersvrouwen werd een hoofdstuk apart en daarin de liefde voor dat schiptje, belangrijker dan hun eigen huis. Wanneer dan ook zoonlief op zee wil, wordt het even een harde dobber, want ze zijn als moeder toch altijd angstiger voor hun eigen kind dan voor hun man. Ze vertelden ook over de tatoeages op de ruige body van hun vent en over de littekens in hun ziel door de angst dat hun man zich wel eens bij een andere vrouw durft te laten gaan. En dan waren er ook de verhalen over Ostende radio en pangel en pluizak klaarmaken en natuurlijk ook over de liefde, over verlangen, gemis…   

Al deze verhalen kwamen regelmatig terug. De vrouwen die met een visser samenzijn, hebben heel wat gemeen, maar vooral dat: ze leven met een man die ze delen met de zee, een sluwe verleidster die hem steeds opnieuw lokt met de belofte aan gulle vangsten. En hoe hoog de visser vrijheid en ongebondenheid in zijn vaandel voert, toch kan hij niet anders dan steeds opnieuw teruggaan naar die wilde, zoute minnares, zelfs al weet hij dat ze soms zeer gevaarlijk spel met hem speelt.

Maar als hij weg is, als hij op zee is, in de wiede wèreld, dan weet die visser dat er iemand op hem wacht. Zijn vrouw aan wal, zijn vrouw thuis, zijn vissersvrouw.

 

De 26 vrouwen kwamen voor de lens van Wouter Rawoens die van elk van hen een foto, maakte. Een portret die het ‘leven’ in hun ogen en hun gezichten weergeeft. Ieder portret een eigen leven en een eigen verhaal…